Gezamenlijke aanpak kan energietransitie versnellen

De noodzaak van energietransitie – fossiele brandstoffen vervangen door duurzame alternatieven- begint langzaam door te dringen in de maatschappij. Er ligt na de Parijse klimaatakkoorden een stevige verduurzamingsopdracht voor alle geledingen van de samenleving. Nederland moet om, zo gezegd.

Jan Putman, algemeen directeur van Solar Energy Booster, heeft er wel ideeën over. Zijn bedrijf verkoopt een toepassing die warmte wint uit zonnepanelen. Dat kan een belangrijke energiewinst opleveren, omdat zonnepanelen tot nu toe alleen zonlicht omzetten in elektriciteit. Na het tafelgesprek zal hij naar Duitsland afreizen om onze oosterburen te interesseren voor het idee. Hij zegt: “Energietransitie lijkt altijd over geld te gaan. Geld beslist wanneer iemand iets gaat doen. Maar laten we jongeren anders gaan opleiden, zodat ze goed met het milieu leren omgaan. We moeten ze opleiden zodat ze het leuk vinden om pa en ma te vertellen hoe ze energiebesparing en CO-2 reductie in huis kunnen realiseren. In onze samenleving halen we alle kennis uit de computer. Maar dat is reproduceren van kennis die een ander al verzonnen heeft. Terwijl we juist een nieuwe manier van denken nodig hebben. Daar kan de jeugd ons goed bij helpen met originele, frisse ideeën.”

Jochem Garthoff is programma manager energietransitie bij Stichting Kiemt. Kiemt zet zich in voor versnelling van de energietransitie, circulaire economie en verbetering van het innovatieve ondernemersklimaat in Oost Nederland. “Ik ken een bedrijf dat scholen verduurzaamt met zonnepanelen en ledverlichting en de missie is precies dit: bewustwording. Het is puur een middel om basisscholieren mee te krijgen in de ontwikkelingen, om het in het onderwijsprogramma opgenomen te krijgen”, aldus Jochem Garthoff.

Cora Smelik is directeur van Omgevingsdienst Regio Arnhem. De omgevingsdienst zorgt, in opdracht van gemeenten en provincie, voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op het gebied van milieu. Ze stelt: “Een scholiere in Groningen heeft gestaakt omdat ze vond dat er te weinig aan klimaatverbetering gebeurde. Die energie en dat ongeduld zitten al in de jeugd.”

INTERESSE OPWEKKEN

Wim Nabbe is omgevingsmanager van Groene Allianties de Liemers. Die Stichting creëert verbinding tussen regionale overheden, corporaties, ondernemers en instellingen om verduurzaming te versnellen. Hij vertelt dat de Stichting al druk met het onderwijs bezig is: “We hebben dit voorjaar 300 leerlingen naar bedrijven laten fietsen om eens concreet kennis te maken met duurzame ontwikkelingen. Bedrijven hebben er belang bij om jongeren te interesseren voor dit onderwerp. Dat helpt om ze later te laten kiezen voor techniek. Want we kunnen wel allerlei mooie duurzame technieken bedenken, maar we moeten ook mensen opleiden die ze kunnen maken.”

Daar is Erwin Janssen, product manager bij Nathan, het roerend mee eens. Nathan is een totaalaanbieder van hoogwaardige projecten, systemen en producten in duurzame klimaattechnologie. Het bedrijf verzorgt ook opleidingen voor installateurs van de warmtepompen die het in de Benelux op de markt brengt. “Het valt me op dat een aantal monteurs nog geen idee heeft wat een warmtepomp nu eigenlijk doet en hoe hij werkt. Terwijl er toch enorme duurzame energiewinst mee te behalen is. We hebben er belang bij om monteurs met warmtepompen kennis te laten maken. Want dan kunnen ze bij bedrijven of particulieren voorstellen er een te plaatsen”, vertelt hij.

Jan-Willem Romijnders is directeur van Romijnders Onderhoud en Technisch Beheer. “Onze monteurs willen allemaal het liefst morgen een cursus over warmtepompen volgen. Maar ik krijg de warmtepompen lastig geplaatst in de bestaande bouw. Want in 80 procent van de gevallen moet de woning eerst beter geïsoleerd worden. En dan zijn de centen in veel gevallen al op bij de mensen. We gaan er gedoseerd mee om: we gaan warmtepompen plaatsen waar we geld op toeleggen, maar we doen er wel ervaring mee op.”

Pieter Siekman, energie adviseur en projectontwikkelaar van Siekman Energie Advies, herkent dat verhaal. Hij wijst op de ijzeren wet van de trias energetica: “Stap 1, verminder de vraag, stap 2, ga duurzaam opwekken en als je nog steeds tekort komt, vul dan de energiebehoefte aan met fossiele brandstof.”

WETGEVING

Cora Smelik meldt dat in de Wet milieubeheer is opgenomen dat het bedrijfsleven ( midden- en grootverbruikers) verplicht zijn om energiebesparende maatregelen uit te voeren die binnen vijf jaar terugverdiend kunnen worden. Cora Smelik: “We sporen ondernemers aan om die door te voeren. Sinds 2014 is er een lijst met erkende maatregelen waarvan bekend is dat de investering binnen vijf jaar terug wordt verdiend. Onze toezichthouders zijn opgeleid om die maatregelen te controleren en te stimuleren. Dat is een heel leerproces van de omgevingsdiensten geweest. Landelijk zijn de afgelopen twee jaar 4000 controles uitgevoerd. De wetgeving wordt overigens nog aangescherpt. Ondernemers moeten gaan melden hoe zij aan hun energieverplichtingen voldoen. Als een ondernemer voor een grote investering in nieuwbouw of onderhoud staat, dan kan hij die aanpassingen trouwens gelijk meenemen. Daarmee bespaart hij kosten. We hebben als omgevingsdienst dus een belangrijke taak om actief te informeren. Dat doen we dan ook.”

FINANCIËN

We hebben het over een sociaal-maatschappelijke vraagstuk, vindt Jochem Garthoff: “De technologie hebben we, maar hoe krijg je de installateurs zo ver dat ze bij hun klanten alternatieven voor de CV-ketel aan gaan bieden? Dat is een kip-ei discussie. Het is een transitie, niemand weet waar het heen gaat. We hebben te maken met een gevestigde orde van leveranciers van fossiele brandstoffen met een eigen infrastructuur. Die zijn nog steeds vaak goedkoper dan de nieuwe duurzame oplossingen. Want geld speelt natuurlijk een rol. Wat hebben mensen over voor duurzame energie en wat kunnen ze betalen?” Daarmee brengt Jochem Garthoff de discussie bij de financiering van duurzame energieoplossingen. Hij noemt het een bedrag van tussen de 20 en 40 duizend euro dat nodig is om een woning van het gas af te krijgen. Een flink bedrag dat niet een-twee-drie is terugverdiend.

Erwin Janssen pleit ervoor om het financiële plaatje niet te groot te maken. Dubbel glas vindt hij wel een vereiste als eerste stap in de energietransitie. “Als je vervolgens stapsgewijs ook dak en gevel isoleert dan breng je de woning op een niveau dat die geschikt is voor duurzame oplossingen”, weet hij.

Het is maar net waar je voor kiest, vindt Cora Smelik. Mensen geven gemakkelijk duizenden euro’s uit voor een andere auto en praten dan ook niet over terugverdientijd. Pieter Siekman: “Mensen vergelijken nu eenmaal. Energie is nog goedkoop. Als hij kan kiezen, koopt hij liever een nieuwe auto of TV dan dat hij investeert in duurzaamheid.”

Volgens Mark van Westerlaak, adjunct- directeur bij IA Groep en voorzitter van Groene Allianties de Liemers, klopt er iets niet aan het businessmodel: “Het businessmodel is ingericht op nú verdienen. We bieden niet een mooi plan aan om in tien jaar gefaseerd een woning of bedrijfspand te verduurzamen. Volgens mij moeten we op dit punt een hele andere mindset ontwikkelen.”

Erwin Janssen: “Als je de energiehoeveelheden met elkaar vergelijkt wordt elektriciteit ongeveer drie keer zo zwaar belast als gas. Dat betekent dat als ik van gas naar elektrisch wil gaan een rendement zou moeten hebben van minimaal 300 procent om qua energiekosten break even te zijn. Daar kan de overheid een belangrijke rol spelen door te gaan schuiven met belastingen. Door langzaam de belasting op gas te verhogen en op elektriciteit te verlagen.” Janssen vindt het overigens niet meer dan gezond verstand gebruiken om, voor je investeert, na te denken over de terugverdientijd.

Pieter Siekman zegt over de financiering: “Duurzaamheidslening zou je niet aan een persoon moeten koppelen maar aan een gebouw. Wordt het huis verkocht dan neemt de koper de lening over. Die betaalt mee aan de aflossing.”

Jan-Willem Romijnders: “Dat voorstel ligt nu bij de Tweede Kamer. Dan krijg je gebouwgebonden financiering, inclusief een soort onderhoudscontract op de woning. Daar moet het burgerlijk wetboek voor worden aangepast.” Jan Putman is er sterk voor, dat dan ook de servicekosten op installaties wordt meegenomen. Pieter Siekman: “Crowdfunding kan een oplossing zijn. Vooral als het rendement op geïnvesteerd vermogen een stukje hoger is dan de bank kan bieden.”

COLLECTIEF

Wim Nabbe vindt het heel belangrijk om de energietransitie collectief aan te pakken. Voor een particulier zijn de investeringen vaak te groot. Maar gezamenlijk zijn kortingen te bedingen. Hij ziet dat al gebeuren: “Allerlei energiecorporaties schieten de grond uit. Ook van burgers. Ze gaan het samen doen, dat soort ontwikkelingen zijn in onze provincie al zichtbaar.” Wim Nabbe zou graag zien dat nog veel meer verbindingen tot stand komen om de energietransitie samen te versnellen. “Wie maakt de verbindingen, hoe maak je ze en wie is de kartrekker van een collectief? We stappen in een wereld waar geen blauwdrukken van liggen. Er is geen ‘handboek van samenwerking’. Energietransitie vraagt om nieuwe modellen van samenwerking en nieuwe verdienmodellen. Dat zijn geen simpele vraagstukken.”

Jochem Garthof: “En je moet het met elkaar eens worden over de maatregelen waar je voor kiest. Hoe ga je dat met elkaar regelen?” Wim Nabbe: “Mag ik een voorbeeldje noemen? In Didam zit woningcorporatie Plavei. Die willen een lokale duurzame warmteoplossing voor de huurders creëren. Vaak zijn daar ballenbakken aan investeringen voor nodig. Vier kilometer verderop staat de afvalverwerker AVR. Die heeft warmte over. Daar is een slimme combinatie mogelijk. Dat soort perspectieven is misschien ook voor andere corporaties, ziekenhuizen of zorginstelling van belang. Kijk samen op regionaal niveau naar het plaatje, in plaats van in je eentje.”

Mark van Westerlaak: “Veel initiatieven kijken alleen binnen hun eigen projectje maar ze moeten over de grenzen heen. Dat is een eerste stap. Als we naar het warmtenet kijken wat zijn dan alle alternatieven? Probeer dat eens te koppelen. In De Liemers hebben we het voor elkaar gekregen om alle corporaties én de gemeenten bij elkaar te zetten om kennis te delen en gezamenlijk projecten aan te dragen. Daar ligt de crux.”

Cora Smelik vindt dat brancheverenigingen gezamenlijk kunnen optrekken. Het gaat immers om vergelijkbare bedrijven. Die kunnen op vergelijkbare wijze de energietransitie vorm geven. Cora Smelik: “Een goed voorbeeld is het milieukeurmerk van de zorg. Daar wordt aan gewerkt via een landelijk milieuplatform. Alle zorginstellingen hebben ongeveer dezelfde problematiek. Vaak gaat het om oude gebouwen met een slecht energieplaatje. Ervaringen over verduurzamen en het binnenhalen van subsidies kunnen ze via het platform delen. Daar zijn ook kant en klare plannen beschikbaar die op maat gemaakt kunnen worden en waar een terugverdienmodel bij past. Als zorginstellingen een milieukeurmerk hebben, gaan wij als omgevingsdienst niet controleren.”

URGENTIE

Mark van de Westerlaak denkt dat het helpt als de omvang van de energie opgave scherper in beeld wordt gebracht. “Om hoeveel kilowattuur gaat het eigenlijk? Mensen kijken niet verder dan hun eigen belang. Het dak wordt vol zonnepanelen gelegd en daar houdt het vaak op. Het werkelijke probleem in kaart brengen is wat mij betreft een voorwaarde om de transitie vooruit te krijgen. De noodzaak kan je daarmee beter onderstrepen. We zijn na de oorlog in een periode van tien jaar vanuit de stookolie over gegaan op het gas. Dat is gelukt, dus waarom deze transitie niet?”

Wim Nabbe: “Als we in De Liemers het energiegebruik optellen kom je aan 300 miljoen euro die we met z’n allen jaarlijks betalen aan Nuon, Essent en Liander. Dat bedrag verdwijnt dus ieder jaar uit ons gebied. Stel dat we kunnen verduurzamen en ons energiegebruik zodanig organiseren dat we zelf eigenaar blijven. Dat betekent ook een geweldige werkgelegenheidsimpuls.”

Jochem Garthoff haakt daarop in: “We hebben al een hele mooie infrastructuur liggen. Hoe kan je die gebruiken? Daar kan misschien waterstof doorheen. Wat biedt dat op termijn voor perspectief? Wat mij betreft kijken we per locatie wat de meest geschikte transitiestap is om de CO2-reductie te bereiken.” Cora Smelik: “De overheid zou innovatie meer kunnen stimuleren. Je moet ideeën kunnen uitproberen met het risico dat het niet werkt.”

COMFORT

Jan-Willem Romijnders roert tot slot van de discussie een heel ander onderwerp aan: “In hoeverre vinden we duurzaamheid belangrijk in verhouding tot het comfort dat we daarvoor moeten inleveren? Willen we onze vakantie overslaan om dat geld te investeren in duurzaamheid? Wat vinden we belangrijk? We vliegen er naar hartenlust op los terwijl we weten dat dat een hoge CO2-uitstoot tot gevolg heeft.”

Jochem Garthoff: “De feedbackloop is abstract bij duurzaamheid. Het is niet zo dat je direct drie astma-aanvallen krijgt als je vliegt. Maar je ziet de milieueffecten al wel terug in de bloedhete zomer, toename in orkanen en berichten over hogere zeewaterstijgingen dan we tot nu toe dachten. Dat is op termijn wel degelijk een reële aantasting van het comfort.”

Pieter Siekman: “Als de kosten van CO2-uitstoot verdisconteert worden in het vliegticket dan wordt er minder gevlogen, zo is mijn overtuiging.”

Jan-Willem Romijnders: “We moeten allemaal om. Er is in de eerste plaats een nieuwe mindset nodig en de overheid heeft daarin een belangrijke taak.”

Erwin Janssen: “Energietransitie begint bij de eerste stap. Die zet je weloverwogen. Daar neem je de tijd voor. Maar na die eerste stap ben je over de drempel en dan gaat het een stuk gemakkelijker en sneller.”

Bron: https://www.ondernemersbelang.nl/arnhem-de-liemers/kennisbank/gezamenlijke-aanpak-kan-energietransitie-versnellen/

Nieuwsbrief

Meld je aan voor de Kiemt-nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws op het gebied van Circulaire Economie en Energietransitie in Oost-Nederland

* indicates required